Kort samengevat
- De open-source vrijstelling geldt niet voor verboden praktijken, hoog-risico systemen en de transparantieplichten van artikel 50.
- Voor GPAI-modellen onder een vrije en open licentie vervallen documentatie-eisen — tenzij het model systeemrisico heeft.
- De uitzondering vervalt zodra het model of systeem tegen betaling wordt aangeboden of gemonetiseerd.
- Het auteursrechtbeleid en de publieke samenvatting van trainingsdata blijven ook voor open modellen gelden.
"Het is open source, dus de AI Act geldt niet" — je hoort het vaak, en het klopt zelden. De verordening kent inderdaad uitzonderingen voor vrije en open source AI, maar ze zijn nauw omschreven en werken anders voor systemen dan voor modellen. Dit artikel zet uiteen waar de grenzen liggen.
De ratio achter de uitzondering
De Europese wetgever wilde voorkomen dat de AI Act onderzoek, hobbyprojecten en de open ontwikkelgemeenschap zou verstikken. Wie code deelt zonder er iets voor terug te vragen, heeft doorgaans geen commercieel product op de markt gebracht en heeft ook geen invloed op wat anderen ermee doen. Tegelijk wilde de wetgever geen achterdeur creëren waardoor risicovolle systemen via een open licentie buiten schot blijven. Het resultaat is een uitzondering met scherpe randen.
Uitzondering 1 — open source AI-systemen
De verordening is niet van toepassing op AI-systemen die worden vrijgegeven onder een vrije en open source licentie. Die vrijstelling geldt echter uitdrukkelijk niet wanneer het systeem:
- in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen als hoog-risico AI-systeem;
- onder de verboden praktijken van artikel 5 valt;
- onder de transparantieverplichtingen van artikel 50 valt (chatbots, deepfakes, AI-content).
Met andere woorden: precies de categorieën waar het risico zit, vallen buiten de uitzondering. Een open source CV-screeningtool die in de EU wordt ingezet, is gewoon een hoog-risico systeem uit bijlage III.
Uitzondering 2 — open GPAI-modellen
Voor general-purpose AI-modellen geldt een aparte regeling. Wordt een GPAI-model vrijgegeven onder een vrije en open source licentie die toegang, gebruik, wijziging en distributie toestaat, en zijn de parameters — waaronder de gewichten — architectuurinformatie en gebruiksinformatie publiek beschikbaar, dan vervallen twee verplichtingen:
- het opstellen en actueel houden van technische documentatie voor het AI Office;
- het verstrekken van informatie aan downstream-aanbieders die het model integreren.
Wat blijft staan, ook bij een open licentie:
- een auteursrechtbeleid waarin je onder meer het voorbehoud van rechten bij tekst- en datamining respecteert;
- een voldoende gedetailleerde publieke samenvatting van de gebruikte trainingscontent, volgens het model van het AI Office.
De grote uitzondering op de uitzondering: systeemrisico
Heeft een GPAI-model systeemrisico — het vermoeden ontstaat boven 10^25 FLOPs aan trainingsrekenkracht, of de Commissie wijst het model aan — dan vervalt de open source-vrijstelling volledig. Dan gelden alle verplichtingen: modelevaluatie, adversarial testing, risicobeperking, incidentmelding aan het AI Office en adequate cyberbeveiliging. De licentie doet er dan niet meer toe.
Wat betekent dit voor jouw situatie?
Je publiceert een open model
Controleer of je licentie daadwerkelijk vrij en open is, of gewichten en architectuurinformatie publiek zijn, of je onder de rekencapaciteitsdrempel blijft, en of je auteursrechtbeleid en trainingsdata-samenvatting op orde zijn. Bied je daarnaast betaalde hosting of support aan, ga er dan van uit dat de vrijstelling niet geldt.
Je gebruikt een open model in je product
De licentie van het model verandert niets aan jouw positie. Bouw je er een hoog-risico toepassing mee, dan ben je aanbieder van dat systeem en draag je het volledige eisenpakket. Praktisch nadeel: bij een open model heb je geen leverancier die technische documentatie aanlevert — je moet die informatie zelf reconstrueren en vastleggen.
Je doet onderzoek
Los van de open source-uitzondering geldt een bredere vrijstelling voor AI-systemen en -modellen die uitsluitend worden ontwikkeld en gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling. Zodra het resultaat op de markt wordt gebracht of in gebruik genomen, eindigt die vrijstelling.
Praktische conclusie
Open source verlicht de administratieve last aan de modelkant, maar verplaatst verantwoordelijkheid naar wie het model toepast. Voor organisaties die open modellen inzetten in gevoelige processen is dat eerder een reden om de eigen documentatie- en testdiscipline te versterken dan om te ontspannen. Bekijk de compliance-checklist en, als je een model aanbiedt, de GPAI Code of Practice.
De relevante bepalingen staan in artikel 2 en artikel 53 van Verordening (EU) 2024/1689.
Veelgestelde vragen
Zijn open source AI-modellen vrijgesteld van de AI Act?
Slechts gedeeltelijk. AI-systemen die onder een vrije en open source licentie worden vrijgegeven, vallen buiten de verordening — maar die vrijstelling geldt uitdrukkelijk niet wanneer het gaat om verboden praktijken, hoog-risico systemen of systemen die onder de transparantieverplichtingen van artikel 50 vallen.
Wat moeten aanbieders van open GPAI-modellen wel doen?
Ook bij een vrije en open licentie moeten zij een auteursrechtbeleid voeren en een voldoende gedetailleerde publieke samenvatting publiceren van de content die voor training is gebruikt. Heeft het model systeemrisico, dan gelden alle GPAI-verplichtingen onverkort.
Geldt de uitzondering ook als ik een open model commercieel gebruik?
Voor jou als gebruiker is de licentie van het model niet doorslaggevend: gebruik je het in een hoog-risico context, dan gelden de deployer-verplichtingen gewoon. En publiceer je het model zelf tegen betaling of met monetisatie, dan vervalt de vrijstelling voor jou als aanbieder.