Artikel 4 van de AI Act verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken (deployers) van AI-systemen om maatregelen te nemen om, voor zover mogelijk, een toereikend niveau van AI-geletterdheid te waarborgen bij hun personeel en andere personen die namens hen met AI-systemen omgaan. Deze verplichting geldt al sinds de eerste toepassingsdatum van de verordening, 2 februari 2025 — ruim voor de meeste andere regels.
Wat is "AI-geletterdheid" precies?
De wet omschrijft AI-geletterdheid als de vaardigheden, kennis en het begrip die aanbieders, gebruiksverantwoordelijken en betrokken personen in staat stellen om AI-systemen met kennis van zaken in te zetten, en zich bewust te zijn van de kansen, risico's en mogelijke schade die AI kan veroorzaken. Het gaat dus niet om diepgaande technische kennis voor iedereen, maar om een passend niveau — afhankelijk van functie, ervaring, opleiding en de context waarin het AI-systeem wordt gebruikt.
Voor wie geldt dit binnen een organisatie?
- Medewerkers die AI-systemen configureren, trainen of onderhouden (relevant voor aanbieders);
- Medewerkers die AI-systemen dagelijks gebruiken voor besluitvorming, bijvoorbeeld in HR, klantcontact of fraudedetectie;
- Leidinggevenden en compliance-functionarissen die toezicht houden op AI-gebruik binnen de organisatie;
- Personen die namens de organisatie met AI-systemen werken, ook als zij geen eigen personeelslid zijn (bijvoorbeeld ingehuurde krachten of zzp'ers).
Wat betekent dit in de praktijk?
De wet schrijft geen vaste vorm voor — er is geen verplicht certificaat of examen. Organisaties kunnen zelf invullen hoe zij AI-geletterdheid organiseren, bijvoorbeeld via:
- Interne trainingen of e-learnings over de werking, beperkingen en risico's van de gebruikte AI-systemen;
- Praktische richtlijnen: wanneer mag een AI-output zonder controle worden overgenomen, en wanneer niet;
- Documentatie van de gebruiksaanwijzing van elk hoog-risico AI-systeem, verplicht te lezen door gebruikers;
- Aandacht voor risico's als automation bias (te veel vertrouwen op AI-output) en hallucinatie bij generatieve AI.
Wordt hierop gehandhaafd?
Artikel 4 kent geen zelfstandige boetebepaling zoals artikel 5 of de hoog-risicoverplichtingen, maar toezichthouders kunnen het wel meewegen bij de beoordeling van de algehele naleving — en bij incidenten is aantoonbare AI-geletterdheid vaak relevant om te laten zien dat een organisatie zorgvuldig heeft gehandeld. Zie ons artikel over wie in Nederland handhaaft voor meer context.
De officiële tekst staat in artikel 4 van Verordening (EU) 2024/1689. Zie ook de tijdlijn voor hoe deze vroege verplichting zich verhoudt tot latere deadlines.